Verenigingen

Roeien met de 'oudjes' die je hebt: Jan Klerks (70)

Het is een en al toeval dat Jan Klerks in het roeien terecht kwam. Inmiddels heeft Jan een enorme staat van dienst als coach, maar hij blijft bescheiden: “Van mij lopen er duizenden rond.” Jan is dagelijks bij Die Leythe te vinden als juniorencoach en hij is dé coach van de wereldkampioenen para-roeien. Was hij stiekem toch liever voetbalcoach geworden? Tijd voor wat vragen aan deze jonge zeventiger!

Hoe heb je het roeien ontdekt?
Ik ben opgegroeid aan het water waar ik Njord, Die Leythe en De Vliet (nu samen met Asopos, red.) altijd zag roeien. Ik fietste éindeloos met trainingen mee. Bij Njord vroegen ze op een gegeven moment of ik wilde komen sturen, dat heb ik op mijn dertiende gedaan. Op mijn veertiende ben ik gaan roeien bij Die Leythe.

Heb je lang geroeid?
Mijn allereerste roeiseizoen als roeier was 1964, ik heb wel een aantal onderbrekingen gehad, bijvoorbeeld toen ik mijn eindexamen fysiotherapie had in 1975. Daarna had ik eigenlijk moeten stoppen, maar ik heb nog een paar seizoenen geroeid en toen wonnen we best veel. Ik roeide in de verste, verte, niet op het niveau waar ik later roeiers ben gaan coachen. Ik mag graag Leo Beenhakker citeren: ‘Je hoeft geen koe geweest te zijn om boer te worden.’ En zo ben ik nooit een goede roeier geweest en toch een redelijke coach.

Waarom ben je dan gaan coachen?
In 1979 kwam Die Leythe met de vraag of ik wilde coachen. Dit was direct een mooie vraag om het roeien af te sluiten. Ik coachte de junioren en een van hen was Ronald Florijn. Het ging eigenlijk meteen goed. Iedereen denkt dan dat je een goede coach bent en zo word je iedere keer weer gevraagd.

Ik roeide in de verste, verte, niet op het niveau waar ik later roeiers ben gaan coachen.

Bij Die Leythe coachte ik op een gegeven moment Rutger Arisz.Toen hij in Amsterdam ging studeren stapte Rutger over naar Nereus en hij zei:‘Ik wil heel graag dat jij meegaat naar Nereus.’ Na enige aarzeling, ik hadgeen ervaring bij een studentenvereniging, heb ik dat gedaan. Het voelde alseen warm bad. Dat heb ik toen een aantal jaren gedaan. Daarna coachte ik nogeen aantal keer de Varsity-vier.

Je bent altijd blijven werken als fysiotherapeut?
In 1975 begon ik mijn fysiotherapiepraktijk en dat ben ik altijd blijven doen. Ook toen ik een van de eerst betaalde coaches bij de bond was. Ik wilde altijd verder kunnen met fysiotherapie want ik vond het een heel leuk beroep. Daarnaast was ik sporadisch voltijds bij de bond in dienst. Dat was eigenlijk alleen in de olympische jaren. Toen ik met pensioen ging heb ik nog een jaartje gecoacht tot de WK 2014 in Amsterdam en toen was het klaar.

Als ik naast een ijsbaan was geboren, had ik dat misschien wel gedaan. Maar ik zit nu tot mijn nek in het roeien en ik vind het mooi.

Maar nu ben je coach bij Die Leythe en van de para-roeiers, hoe is dat zo gekomen?
Toen ik bij de bond stopte zei ik: “Als jullie me nodig hebben, mag je me bellen en ik hoef niet meer betaald te worden.” Dat vond ik prettig, want dan blijf je een beetje baas over je eigen agenda. Een half jaar later vroegen ze of ik de para-roeiers wilde overnemen. In het seizoen, vanaf april, trainen Annika en Corné een keer of tien per week en ik ben er dan acht keer bij.

Jan met para-roeiers Annika van der Meer en Corné de Koning – foto Merijn Soeters

Daarnaast coach ik junioren van Die Leythe. Dat is erg leukook al wordt het leeftijdsverschil alsmaar groter. Junioren hebben een leukeleeftijd om te coachen. Ze pikken het snel op en het is meer dan ze een goedehaal laten maken. Ik heb het idee dat je iets kunt bijdragen aan de vorming.Het verbaast me dat het zo goed klikt!

We weten dat je van veel sporten houdt…
Ik ben een groot basketbal- en voetballiefhebber. Ik zou misschien wel liever een goede basketbal- of voetbalcoach willen zijn omdat je daar veel meer inbreng hebt tijdens wedstrijden. Maar goed, dat ben ik niet en ik zou het waarschijnlijk niet kunnen want ik vind selecteren héél vervelend. Bij een basketbal- en voetbalteam doe je dat voor iedere wedstrijd. Het is bijna een eindeloos selectietraject.

Wat maakt het roeien dan zo mooi?
Het is denk ik een beetje een middel geworden om in een sport mensen beter te maken. Als ik naast een ijsbaan was geboren, had ik dat misschien wel gedaan. Maar ik zit nu tot mijn nek in het roeien en ik vind het mooi. Of het me fit houd? Ja, coachen is best vermoeiend want je geeft les terwijl je lichamelijk toch een zekere inspanning levert. En ik verbeeld me, dat het omgaan met jonge mensen, me in zekere zin jong houdt.

Foto’s archief KNRB & Merijn Soeters

Ontdek meer roeinieuws

Toproeien

Twee maal zilver tijdens de Junioren Regatta in München

Nieuws

Talentvolle acht wint van Washington op Windermere Cup in Seattle

Toproeien

Hoe volg ik de Junioren Regatta in München dit weekend?

Op de hoogte blijven van nieuws, roeiverhalen en topsport?
Ontvang de gratis nieuwsbrief!